Hun Ontfermer zal ze leiden
Jesaja 49: 10

Herinnering onderduiker Pastorie in WOII


75 Jaar Bevrijding Veessen!

In de Kerkklok van juli/augustus schreven we over dhr. Ben Benninga. Nog maar 7 jaren oud was hij toen hij als eerste bij ds. Buenk ondergedoken zat. In het boek wordt hij helaas niet genoemd. Geboeid door de geschiedenis blijf je op zoek gaan en zo kwamen we via ds. Geert Hovingh, kerkhistoricus en kenner 'Kerk en Israël', kenner 'verzet en predikanten', op het spoor van Ben Benninga.

 

Er werd contact gelegd, Wijnand en Miny Sonnenberg hebben dhr. en mevr. Benninga in hun woonplaats Wassenaar ontmoet en uitgebreid gesproken wat uitliep op een heel bijzondere en onvergetelijke ontmoeting in de pastorietuin in Veessen op 13 augustus jl.

Daarbij waren aanwezig: dhr. en mevr. Ben en Christel Benninga, dhr. en mevr. Robert en Ingeborg Benninga (een neef en nicht van de Benninga's) ds. Geert Hovingh, Gerald Wonink, Wijnand Sonnenberg en het comité. Onze gastheer en gastvrouw waren Bert en Meta Lammers. Onze dank aan hen is groot! Het was een zeer warm en gastvrij onthaal wat afgesloten werd met een gezamenlijke maaltijd. De hartelijke en betrokken inzet van Bert en Meta heeft er zeker aan bijgedragen dat het zo'n onvergetelijk gebeuren is geworden.

 

Met het zicht op de pastorie, waar Ben als jongen van 7 jaar ondergedoken zat deelde hij met ons zijn oorlogsverleden. Het was emotioneel voor hem en voor ons heel bijzonder dat hij het met ons wilde delen. Het raakte ons allen intens. Ben Benninga, geboren op 31 maart 1934 te Enschede, was de eerste onderduiker bij dominee Buenk. De kinderloze Buenk noemde Ben in zijn laatste dagen “mijn zoon”. Dat was een emotioneel gebaar. Ben noemde Buenk 'ome Lo' zoals hij elk van zijn zorgvaders 'oom' noemde. Ben heeft tot zijn tachtigste met geen woord gerept over zijn ervaringen tijdens de bezetting.

 

Ben vertelde dat hij op 9 februari 1942 in Enschede op de verjaardag van zijn opa (Benjamin Benninga) te horen kreeg: "Jullie gaan zo meteen hier weg en worden allemaal naar verschillende adressen gebracht. Niemand mag van elkaar weten waar de ander zit, zodat je elkaar ook niet kunt verraden." 's Nachts om drie uur zijn ze vertrokken. De zus van Ben ging naar twee ongehuwde dames in Zwolle. Ben, die voortaan als Ben Bakker door het leven ging, en zijn neef Joop Slager gingen naar Veessen, naar Buenk. Joop ging al snel naar dominee C. Th. Frederikse in Vorchten en Ben bleef een aantal maanden bij Buenk.

 

Bens tijd bij Buenk was niet eenvoudig. Mevrouw Buenk en een vriend namen hem een keer mee naar de IJssel om te zwemmen. Ben kon niet zwemmen, maar werd gedwongen om op de rug van de vriend mee het water in te gaan. Hij weet zich nog heel goed te herinneren dat hij doodsbenauwd was en spreekt over een traumatische ervaring. Hij mocht nauwelijks naar buiten, alleen maar in de tuin achter het huis. Naar school gaan was uitgesloten. Om te voorkomen dat hij herkend zou worden als een Joods jongetje werd zijn haar wekelijks met peroxyde behandeld om het te bleken. Het haar werd er niet blond van maar rood.

 

In de pastorie wees Ben de twee schuilplaatsen aan waar hij zich verborgen moest houden en ook zijn slaapplaats op de zolder. Tevens was er op het kerkhof een graf waar hij soms ook in verborgen werd. Het graf heeft Ben ons zonder enige aarzeling aangewezen. Op dit graf, op de graven van de gevallen verzetsmensen, op het graf van verzetsstrijdster mevr. Wonink en op het graf van dhr. Bronsink die bij een razzia, terwijl hij op het land bezig was, werd doodgeschoten hebben we met elkaar een witte roos gelegd, symbool voor eerbied en herinnering. 

 

Na een paar maanden bij Buenk te zijn geweest heeft Ben op enkele andere adressen in het land gezeten tot hij bij een gezin in Schoonheten terecht kwam. Daar heeft hij twee jaar en acht maanden (tot de bevrijding) ondergedoken gezeten. Aan deze mensen, die zich in deze periode met zorg en liefde over hem hebben ontfermd, denkt Ben met grote dankbaarheid terug. In dit gezin kwam hij in contact met Christelijke gewoontes als Bijbellezen, psalmen en gezangen zingen en bidden voor en na het eten. Ook daar had hij de nodige schuilplekken, bijvoorbeeld buiten in een greppel. Het afscheid na de bevrijding van deze mensen was voor Ben een drama. Ben had moeite om weer te wennen aan zijn eigen ouders die hem kwamen ophalen. Als 11 jarige werd hij na de bevrijding ook nog geconfronteerd met het feit dat hij een enorme leerachterstand had opgelopen. Dat maakte het allemaal niet eenvoudiger.

 

Via een neef is Ben in de laatste dagen van het leven van Buenk weer met hem in contact gekomen en heeft hem enkele keren opgezocht.  Buenk had naar 'zijn zoon' gevraagd en bedoelde daarmee Ben. Het was een emotioneel weerzien met 'ome Lo'  waar Ben met grote dankbaarheid en geëmotioneerd aan terugdenkt.

 

Geert Hovingh, heeft Buenk goed gekend. Ooit was Buenk zijn leermeester en werkgever in Amsterdam. Samen met Buenk heeft hij voor de basisscholen een lesprogramma opgezet over de Joodse Feesten. In het kader van de studie theologie schreef hij een eindscriptie over 'De lotgevallen van de protestants – gedoopte Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog',

Met heel veel waardering vertelt Geert dat Buenk een bescheiden mens was, waar hij veel aan te danken heeft o.a. zijn Joodse visie op de Bijbel. Buenk was hartelijk en joviaal, had gevoel voor humor en was geïnteresseerd in de medemens, maar uitermate bescheiden. Over zijn rol in het verzet sprak hij niet.

 

 

Voor de afsluitende maaltijd bezochten we de kerk voor bezichtiging en een kort liturgisch moment, verzorgd door Bert Lammers. Veel is er gedurende de middag met elkaar gedeeld, het was een ontroerend gebeuren. Zo samen met elkaar in de kerk zittend was het een moment van bezinning op de ontmoeting en op het gebeuren in de Tweede Wereldoorlog rond de pastorie. Voor dhr. Ben Benninga was het een emotioneel hoogtepunt toen we afsloten met het zingen van het voor hem bekende lied:

 

Wegen Gods, hoe duister zijt gij,                 

maar we omvleuglen ons het hoofd            

voor 't verblindend licht der toekomst,          

die 't verrukte hart gelooft!                            

Bijve 't middel ons verholen,                         

God maakt ons Zijn doel gewis                     

door de onfeilbre profetieën                          

van zijn vast getuigenis.                                

 

Aan de eindpaal van de tijden

ziet ons oog de geest van 't kwaad

moe geworsteld en ontwapend,

tot geen afval meer in staat,

Als de Here God in allen,

en in allen alles is,

zal het licht zijn, eeuwig licht zijn,

licht uit licht en duisternis.

 

Gezang: 292 Isaac da Costa ( 1798-1860)

 

 

Comité: Harry Bosman, Gerrit Kouwenhoven, Jan Nederveen, Willem Pieltjes, Miny Sonnenberg. 

                


Kerkgebouw
Hervormde Gemeente Veessen
Kerkstraat 19
8194 LT Veessen
De Boerbrink
De Boerbrink
Kerkstraat 19a
8194 LT Veessen
Overige gegevens
ANBI »
Adressen »
Colofon »